Professionele Fotografie, 9 2011

 

 

De wereld een beeldentuin 

Tekst Pim Milo

 

Huis Marseille, museum voor fotografie in Amsterdam, toont nog tot 11 december ‘Soft Horizons’. Het is de eerste grote solotentoonstelling van Scarlett Hooft Graafland.

SHG (Maarn, 1973) is beeldend kunstenaar. Ze gebruikt het medium fotografie om haar surreële ingrepen in het landschap vast te leggen. Die installaties zijn tijdelijk, maar de beelden ervan zijn fotografisch zo sterk dat die moeiteloos op eigen kracht overeind blijven. Ze houdt van weidse landschappen met verre horizonten, van ongerepte natuur die nauwelijks door de mens is aangetast, van plekken waar het leven hard en ongenadig is. Het boeit haar hoe de bevolking onder moeilijke omstndigheden weet te overleven. De Boliviaanse zoutwoestijn, Salar, was zelfs voor een afgetrained iemand als Hooft Graafland een fysieke uitdaging: “Je lippen doen pijn door het zout in de lucht, het felle zonlicht wordt weerkaatst door de witte zoutlaag en je werkt op grote hoogte, op zo’n 4000 meter.”

Haar projecten zijn bewust vergankelijk. Het kan haar storen dat kunstenaars forse ingrepen in een landschap doen, gigantische beeldhouwwerken maken. “Je legt zo’n landschap wel wat op, denk ik dan. Ik vind het nogal wat om in de publieke ruimte in te grijpen.” Ze vindt het mooi dat de hare kort en licht zijn. Hoe kortstondig en lichtvoetig de installaties ook zijn, onder dat gemakkelijk toegankelijke oppervlak gaat een serieus thema schuil. Neem ‘Sweating Sweethearts’, het beeld van een viertal vrouwen die elk bovenop een zoutkegel zitten. Op het hoofd de typisch Boliviaanse bolhoed, in hun hand een suikerspin. Het witte zout contrasteert qua kleur en smaak met het roze zoet van de suikerspin. Hooft Graafland heeft de vrouwen letterlijk op een voetstuk gezet en hun leven verzoet, uit respect voor de wijze waarop ze onder zware omstandigheden op de zoutvlakte weten te overleven.

 

Adaptief

Hooft Graafland is een keer of vijf in Bolivia geweest, anderhalve maand per keer. Eerst om te acclamatiseren en aan de hoogte te wennen, dan om mensen te regelen en locaties te bekijken. Alles bij elkaar was ze er een maand of acht. Ze past zich snel en gemakkelijk aan andere culturen aan en weet ter plekke mensen voor haar projecten te interesseren. In Bolivia was dat de kunstenaar Gaston Ugalde. “Die was terzelfdertijd met een eigen project bezig, waardoor we de kosten konden delen en elkaar konden helpen.”

Hooft Graafland reist alleen. “Op zich is het gemakkelijker alleen te zijn. Je wordt eerder in de gemeenschap opgenomen. Soms is het best pittig maar hoe moeizaam het weleens kan zijn, mij gaat het om de ervaring en om het winnen van vertrouwen. Ik moet het van de hulp van anderen hebben.”

Hooft Graafland studeerde textiele vormgeving en beeldhouwen aan de Koninklijke Academie in Den Haag, gevolgd door een post graduate aan de Bezalel Academy of Arts& Design in Jeruzalem en een MFA in beeldhouwen aan Parsons School of Design in New York. In New York assisteerde zij de beeldhouwer Tony Oursler en hield zij  zich bezig met performances en installaties. “Vroeger”, zegt ze,”was mijn werk als installatie beter dan als foto. Met de jaren ben ik anders gaan denken, meer vanuit de fotografie. Nu zoek ik naar dat ene, perfecte beeld.”

De Nederlandse Jacqueline Hassink ( bekend van haar ‘Tables of Power’ en ‘Car Girls’) woonde in Brooklyn bij Hooft Graafland om de hoek. “Op haar advies kocht ik voor weinig geld een tweedehands Mamiya 7II. Eenvoudig te bedienen en licht genoeg om in een rugzak mee te nemen. “ Bij Hassink thuis heeft ze ermee geoefend. Analoog dus. “Het is niet bij me opgekomen dit digitaal te doen. Bovendien moest ik in New York de eindjes bij elkaar zien te knopen – ik kon mijn huur nauwelijks betalen – dat alleen daarom al digitale fotografie geen optie was.”

Sinds een jaar of vijf is fotografie haar voornaamste medium. Op Ijsland wilde ze een performance doen die in een beeld te vangen zou zijn, anders dan wat ze tot dan had gedaan. “Mijn performances in New York werden op video geregistreerd. Nu wilde ik beelden maken die die direct iets te zeggen hebben, in een medium dat interessant is als communicatiemiddel. Fotografie was voor mij geen bewuste keuze. Ik had er ook geen fascinatie voor, ik dacht vooral in sculpturen.”

 

Projecten

Aan de projecten gaan maanden van voorbereidingen vooraf. De molen bijvoorbeeld, met het rode touw in de wieken. Ze bedenkt het werkt het uit, zoekt experts, een fotogenieke molen, overtuigt de molenaar, maakt berekeningen, vraagt subsidies aan en regelt vergunningen. Hooft Graafland is er vier jaar mee bezig geweest. Ze vond een technicus – Jeroen Thomas – die uitrekende hoeveel oppervlak er kon woirden gebruikt en hoeveel gewicht tot welke windsnelheid de wieken konden dragen. Die 6.000 meter, dat is touw aan één stuk. Voor de zekerheid werd een constructie bedacht om het snel te kunnen verwijderen. Hooft Graafland: “Het was ontzettend duur. Inclusief de molenaar waren er zeven mensen bij betrokken.”

In het noorden van Canada liet ze de Inuits een iglo van limonade-ijs bouwen. Hooft Graafland: “Het kostte weken om dat ijs te maken. Ik goot ze in met plastic bekleden mallen die ik uit afvalhout samenstelde. Binnen de poolcirkel is haast geen bouwmateriaal. Oudere mannen, die de traditie nog kenden, hebben hem voor me gebouwd. Eerst weigerden ze. Ze zagen er het nut niet van. ‘Ga je er zelf in wonen dan?’ vroegen ze. We kwamen overeen dat de iglo dichtbij de school zou komen en kinderen er limonade konden drinken. Daar is hij voor gebruikt en hij heeft er lang gestaan.”    

Hooft Graafland poseerde zelf in de ijzige vrieskou in de ijsberenhuid. Ze werd geassisteerd door Sheba Awa, de achterkleindochter van een beroemde sjamaan. Na elke opname kreeg Hooft Graafland snel een laars van kariboe-leer aangetrokken om bevriezing te voorkomen. Ze was blij verrast met het resultaat. “Het was eind oktober en al een beetje donker. De vacht was hard en zwaar, ik moest hem echt om me heen vouwen. Ik had Sheba geïnstrueerd goed op te letten dat mijn hoofd precies op de horizon zou komen, maar had geen idee of ze het goed deed. Ik had een digitale camera om proefopnamen te maken, maar dat ding gaf in de poolkou de geest. Ik had de Maiya op statief ingesteld en moest het van daaraf aan Sheba overlaten. Dat is het nadeel van analoge fotografie. Je kunt niet direct zien wat er is gemaakt. Je moet vertrouwen hebben.”

Met vertrouwen, een dosis maatschappelijke bewogenheid, een scherp documentair oog en veel doozettingsvermogen maakt Hooft Graafland van haar wereld een beeldentuin.